Een berghut bij zonsopgang. Drie rugzakken hangen aan een kapstok: Zelfstandige naamwoorden, Werkwoorden en Bijvoeglijke naamwoorden. Sleep elk Engels woordkaartje van de houten bank en rits het in de juiste rugzak. Bij een goed antwoord veert de tas op. Bij een fout antwoord schudt de tas en verlies je je reeks. Ontworpen voor taalkundige basisvorming in groep 3 en 4.
Lees het kaartje
Een woord ligt op de bank. Naamwoorden noemen een persoon, plaats of ding. Werkwoorden noemen een actie. Bijvoeglijke beschrijven hoe iets eruitziet. Probeer slow, ate of leg.
Sleep naar de rugzak
Sleep het kaartje naar Naamwoorden, Werkwoorden of Bijvoeglijke. De pack licht op wanneer het kaartje boven de opening hangt.
Dicht of Verkeerde pack
De juiste pack zegt Dicht. Verkeerde pack schudt en je verliest een lantaarn. De Reeks reset bij een misser.
Rail leeg
Pak acht kaartjes om Rail leeg te horen. Wissel Makkelijk, Gemiddeld of Moeilijk wanneer je wilt. De Engelse woorden blijven Engels.
Drie rugzakken
Zelfstandige naamwoorden, Werkwoorden en Bijvoeglijke naamwoorden hangen aan de kapstok. Sleep een kaartje in de opening van de rugzak. De rugzak licht op wanneer je het kaartje er boven houdt.
Ritsen of foutieve tas
Bij een goed antwoord rits je het kaartje in de tas en scoor je punten. Bij een foutieve tas schudt de rugzak, keert het kaartje terug naar de bank en wordt je reeks gereset.
Een volle bank
Makkelijk: één kaartje per keer. Gemiddeld: drie kaartjes tegelijk. Moeilijk: vijf kaartjes, inclusief verleden tijd en langere woorden.
Acht vol
Punten beginnen bij +100 en stijgen met je reeks. Als je acht kaartjes hebt ingepakt, is het rek leeg. Je hebt drie lantaarns (levens). Een foutloze ronde geeft een bonus.
Pack Rail is een spel om Engelse woordsoorten te sorteren. Spelers slepen Engelse woordkaartjes naar drie rugzakken met de labels 'Nouns' (Zelfstandige naamwoorden), 'Verbs' (Werkwoorden) en 'Adjectives' (Bijvoeglijke naamwoorden). Correcte woorden verdwijnen in de tas en verhogen je score. Foutieve tassen schudden en kosten een leven. De oefenwoorden blijven in het Engels.
Drie soorten in de hand
Leerlingen beslissen voor elk woord of het een zelfstandig naamwoord, werkwoord of bijvoeglijk naamwoord is, net als bij het schrijven van zinnen in de onderbouw.
Een hut, geen werkblad
Rugzakken wiegen aan de kapstok. Kaartjes hebben gewicht. Hits veranderen het bord. Het doel is grammatica; de ervaring is het inpakken van het rek.
Interactief slepen
Sleep de kaartjes naar de juiste tas. De tas licht op voordat je het kaartje loslaat. Het spel is intuïtief en gericht op actie.
Een score die telt
Punten en een reeks zorgen ervoor dat grammatica als een spel voelt. Je beste scores worden per moeilijkheidsgraad opgeslagen.
Een persoon, plaats of ding. Woorden als 'leg', 'school' en 'mountain' horen bij de zelfstandige naamwoorden.
Een actie. Woorden als 'ate', 'write' en 'hid' horen bij de werkwoorden.
Een woord dat beschrijft hoe iets eruitziet of voelt. Woorden als 'slow', 'happy' en 'rusty' horen bij de bijvoeglijke naamwoorden.
Nee. De woordkaartjes blijven in het Engels. Knoppen, labels en resultaten volgen de taalinstelling van de pagina.
Het aantal kaartjes op de bank en de moeilijkheidsgraad van de woorden. De stand 'Moeilijk' bevat werkwoorden in de verleden tijd en langere zelfstandige naamwoorden.
Groep 3 en 4, wanneer leerlingen beginnen met het sorteren van zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.
